En er was licht............

 

In 1879 liet Thomas Edison de eerste gloeilamp branden.   Het is natuurlijk heel leuk om ook in het poppenhuis lampjes te laten branden, dat maakt het huis nog mooier!  Voor velen is het aanleggen van elektra in het poppenhuis toch een struikelblok, vandaar dat ik er hier een uitleg over zal geven.  Laat je niet afschrikken door begrippen als Volt, Ampère en Watt.  Het zijn begrippen waar we zonder er misschien erg in te hebben, bijna dagelijks mee te maken hebben.

Er zijn verschillende manieren om elektra in het poppenhuis aan te leggen, zoals het gebruik van kopertape (b.v. Cirkit), het gebruik van bedrading, of een combinatie van beiden.  Ik maak zelf gebruik van gewone bedrading, dat vind ik makkelijk en goedkoop.  In mijn uitleg zal ik niet ingaan op het gebruik van kopertape.

 

    *  Met dank aan mijn vader Aart, een begaafd en bevlogen technicus.   1933 - 2008  *

 

WERK ALTIJD ALLEEN MAAR AAN BEDRADING, LAMPJES, TRAFO'S e.d. ALS DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT IS!

12 Volt is voor een mens niet dodelijk, 230 Volt kan dat wel zijn!

 

Onderstaande links verwijzen naar de verschillende onderwerpen op deze pagina:

 

 1. NETVOEDING                        

 2. BEDRADING                                3. AANSLUITING                        
 Nieuw kopen of oude gebruiken  - Plannen maken  - Snoertjes en stekkertjes

 - Spanning en Volt

 - Snoer kopen  - Snoertjes verlengen
 - Transformator en Adapter  - Plaats voor de trafo

 - Snoertjes samenvoegen

 - 12 Volt of minder  - Verzamelpunt snoertjes  - Weerstand en Ohm
 - Stroom en Ampère  - 'Leidingen' leggen  
 - Volt maal Ampère (=Watt)    

 

      Deze workshop printen?  Door het gebruik van tabellen op deze pagina valt een groot gedeelte van de tekst weg als u gaat printen.   

Als u met de 'Ctrl c' en 'Ctrl v' toetsen de tekst kopieert en in een Word document plakt kunt u de tekst wel printen!  

                

 

1.  NETVOEDING

 

      NIEUW KOPEN OF OUDE GEBRUIKEN

Als je in een heel poppenhuis elektra gaat aanleggen zodat er in iedere kamer één of meerdere lampjes kunnen branden, zou ik zeker een goede kwaliteit  transformator kopen.  Bedenk voordat je een transformator gaat kopen hoeveel lampjes je in iedere kamer wilt hebben zodat je weet hoe groot het vermogen van de nieuwe transformator minimaal moet zijn.  In mijn huis zitten wel 3 tot 16 lampjes per kamer.  Vergeet niet dat je de hoeveelheid lampjes moet tellen, niet de armaturen (de armatuur van mijn kroonluchter heeft 14 lampjes!).

Let erop als je een transformator koopt dat er een  oververhittingbeveiliging  op zit (de transformator schakelt zichzelf bij oververhitting uit) en een zekering  (de zekering brandt in geval van kortsluiting door en het systeem wordt uitgeschakeld).  De transformators die je bij poppenhuiswinkels kunt kopen zijn altijd goed.  Verder zijn ze natuurlijk te koop bij de elektronicawinkel en bij doe-het-zelf zaken.  Bij elektronicawinkels hebben ze vaak kennis van zaken en kan je je nog eens goed voor laten lichten.

 

 

 

 

Transformator uit de poppenhuiswinkel,  11,5 Volt en 4,5 A (dat is  4500 mA, = 90 lampjes van 50 mA!).   Met oververhittingbeveiliging, bescherming tegen kortsluiting en een automatische reset.

 

Voor een kijkkastje zou je ook gebruik kunnen maken van een oude adapter van je mobieltje, camera, oplaadbare lamp o.i.d..  Vaak is het vermogen van deze adapters niet zo groot en kunnen er dus maar een paar lampjes op branden.  Als je er een gevonden hebt van 12 Volt of minder, controleer dan eerst het vermogen van de adapter (hoeveel mA dus) en hoeveel lampjes je er maximaal op kunt laten branden.   Controleer dan of er een beveiliging tegen oververhitting en kortsluiting op zit.  Zit die er niet op of weet je het niet zeker, dan zijn er een aantal eenvoudige voorzorgsmaatregelen die je zelf kunt treffen:

  -  Gebruik een stekkerdoos met een schakelaar (tegenwoordig zelfs al in de supermarkt verkrijgbaar).  Zet de schakelaar altijd uit als je weg gaat of naar bed gaat.  Als de stekker in het stopcontact zit, zelfs als de lampjes niet aan staan, gebruikt een transformator of adapter stroom!

  -  Een adapter (en transformator ook) wordt altijd een beetje warm Als de adapter heet wordt is dat niet goed, dan trekken de lampjes te veel stroom en kan de adapter doorbranden of zelfs in de brand vliegen!  Haal dan alle lampjes eraf en sluit ze één voor één weer aan, steeds met tussenpozen van een kwartier om te kijken of de adapter niet heet wordt.

  -  Je kunt zelf een zekering installeren.  De zekering zit in een houdertje dat je op een van de twee draadjes tussen de lampjes en de adapter kunt installeren.  Niet op het netvoedingssnoer (snoer dat naar het stopcontact gaat)!  De zekering moet passen bij de adapter.  Dus bij een 12 Volts 300 mA adapter hoort een zekering die doorbrandt als er door de lampjes meer dan 300mA gevraagd wordt.  Je kunt zo'n zekering met houdertje kopen bij de elektronicawinkel.

 

     Stekkerdoos met schakelaar.  Trafo met zekeringhouder en zekering.                                                   

Hieronder volgen een aantal begrippen en formules die je kunt gebruiken om te bepalen of een transformator of adapter geschikt is voor jouw poppenhuis of kijkkastje.

 

           SPANNING EN VOLT

De spanning die op een stopcontact staat wordt uitgedrukt in Volts, bij ons in Nederland is dat tegenwoordig 230 Volt (230 V).  De spanning die op een stopcontact staat kunnen we een beetje vergelijken met de druk van het water in de kraan. 

De lampen die we in ons 1:1 huis gebruiken werken dus op 230 Volt.  De meeste lampjes die we in ons poppenhuis gebruiken  werken op 12 Volt.  De spanning die op het stopcontact staat (230 V) is te hoog voor de poppenhuislampjes (de lampjes zouden doorbranden)  en moet dus omlaag gebracht worden naar 12 V.  Dit kan d.m.v. een transformator of een adapter. 

 

          TRANSFORMATOR EN ADAPTER

 

 

Trafo en adapters.                                                                                                              

 Een transformator en een adapter brengen dus de spanning van 230 V omlaag naar b.v. 12 V  (transformeren=vervormen/omzetten en adapteren=aanpassen).  

Het verschil tussen een transformator en een adapter is dat er op de uitgang van een transformator altijd wisselspanning staat en er wisselstroom uitgehaald kan worden  en dat er op een adapter meestal gelijkspanning staat en er gelijkstroom uit gehaald kan worden.   Wisselspanning wordt ook wel aangegeven met:  ~   Gelijkspanning wordt ook wel aangegeven met:  ==    Voor lampjes kan je zowel een transformator als een adapter gebruiken, want lampjes werken zowel op wisselstroom als op gelijkstroom.  

Op sommige adapters zit een schuifje met + en  - , daar kan je de aangegeven stroomrichting mee bepalen.   Bij een gelijkstroom elektromotor bepalen de + en de -  de draairichting.  Bij b.v. een cd-speler is de stroomrichting belangrijk omdat de cd anders de verkeerde kant op zou draaien.  Bij lampjes is de stroomrichting niet belangrijk, het schuifje mag dus zowel op de + als op de - staan.  

        12 VOLT OF MINDER  

Voor het poppenhuis hebben we dus een 12 Volts transformator (trafo) of adapter nodig.  Hoger dan 12 V mag niet, het lampje brandt dan door.  Lager dan 12 V mag wel, het lampje zal dan wat zwakker branden, maar dit zal de levensduur van het lampje zelfs verlengen.

Je kunt iedere 12 V (of lager) trafo of adapter gebruiken. Op de trafo of adapter zal dan staan:

                                           Ingang/Eingang/Input/ Pri     :  230 V 

                                           Uitgang/Ausgang/Output/Sec:  12 V  (of minder)

Vaak zal je er ook nog AC of DC bij zien staan.  AC betekent Alternating Current, oftewel wisselstroom.  DC betekent Direct Current, oftewel gelijkstroom.

 

 

 

De output van deze adapter is 9V DC.  Dat wil zeggen:  9 Volt gelijkstroom.  Ook geschikt voor poppenhuislampjes dus.

 

Je kunt alle trafo's en adapters gebruiken die hieraan voldoen, ook die van een oud mobieltje, camera of oplaadbare lamp.  De spanning die op de trafo of adapter staat is altijd hoger dan erop wordt aangegeven.  Dit komt door de inwendige weerstand van de transformator of adapter.  Heel goed is een zgn. spanningsgestabiliseerde transformator of adapter, hierbij wordt de spanning op de uitgang van de transformator of adapter gereguleerd.  Dit is beter voor de levensduur van de lampjes.  Dit soort trafo's worden o.a. in poppenhuiswinkels verkocht.

Als je geen spanningsgestabiliseerde transformator gebruikt, moet je de lampjes gewoon niet voluit belasten, dan gaan ze bijna nooit kapot.  Dwz. dat je dan een trafo of adapter met een lager voltage moet gebruiken, bv. 9 V.  De lampjes zullen dan iets minder fel branden, maar de levensduur van de lampjes neemt spectaculair toe!  Een trafo of adapter met een schakelaar die de spanning in stapjes kan regelen is dan ideaal.  Op deze manier kan je de lampjes ook dimmen:  schuif de schakelaar van 12 V naar 9 V, of van 9 V naar 6 V en de lampjes zullen minder fel branden, gedimd dus.

 

 

Adapter met regelbare spanning:    3 - 4,5 - 6 - 7,5 - 9 - 12 Volt,   met een vermogen van 300 mA.

 

 

STROOM EN AMPÈRE

De stroom doet het lampje branden.  Elektriciteit moet kunnen stromen van de aanvoer naar de afvoer.  Simpel gezegd gaat de stroom pas lopen als je de stekker in het stopcontact steekt.  Je maakt dan een stroomkring waarbij de aanvoer en de afvoer van de stroom met elkaar verbonden zijn.  Net zoals je de spanning die op het stopcontact staat kunt vergelijken met de druk van het water in de kraan, kan je de stroom vergelijken met stromend water:  pas als de stekker in het stopcontact gedaan wordt (vgl. kraan opendraaien) gaat er stroom (water) lopen.

De hoeveelheid stroom wordt aangegeven in het aantal ampères (A).  Eén ampère is 1000 milli-ampère (mA).  Weer even ter vergelijking:  Eén liter water is 1000 milli-liter.  Vaak staat het vermogen van de trafo of adapter al in milli-ampères (mA)  aangegeven.

 

 

Deze adapter heeft een vermogen van 300 milli-ampère (mA).

 De hoeveelheid lampjes die je op een trafo of adapter kunt laten branden is afhankelijk van het aantal A of mAHet gemiddelde poppenhuislampje zal zo'n 50mA zijn.  Als je dan een trafo of adapter van 300mA hebt, kan je dus maximaal 6 van zulke lampjes op deze trafo of adapter laten branden.  Zou je meer lampjes gebruiken en dus boven de 300mA uitkomen dan wordt eerst de trafo of adapter heel heet en gaat vervolgens kapot.  De kans is niet zo heel groot, maar er zou ook brand door kunnen ontstaan.  De wat duurdere trafo's en adapters hebben vaak een oververhittingbeveiliging en schakelen zichzelf bij oververhitting uit. 

Niet alle poppenhuislampjes zijn 50mA.  Meestal staat op de verpakking wel aangegeven hoeveel mA het lampje is.  We tellen ook altijd het aantal lampjes, dus niet het armatuurtje!  Een drie-armige kandelaar met lampjes is dus 3 x 50 = 150 mA.  Op de adapter in bovenstaande foto zou ik dan dus maximaal 2 van zulke kandelaars kunnen aansluiten.

 

 

 De output van deze adapter is 12 Volt met en vermogen van 0.5 Ampère.  (Eén Ampère was 1000 milli-Ampère,  dus 0,5 Ampère is 500 milli-Ampère).

 

Op deze 12V adapter met een vermogen van 500mA zou ik dus maximaal 10 lampjes van 50mA kunnen laten branden.

De kroonluchter op de volgende foto heeft 14 lampjes.  Als je uitgaat van 50mA per lampje, kom je op een vermogen van 700mA voor de hele kroonluchter.  Geen van beide bovenstaande adapters hebben voldoende vermogen om deze ene kroonluchter te laten branden.  De kroonluchter vraagt dus 700mA van de adapter, zou je bovenstaande adapter toch gebruiken, moet deze veel harder gaan werken dan waarvoor hij gemaakt is.  De adapter zal eerst heet worden en gaat vervolgens kapot!

 

 

 

 

Kroonluchter met een verbruik van 700mA.

 

 

VOLT MAAL AMPÈRE (= WATT)

In niet alle gevallen staat mA op de trafo of adapter aangegeven, maar staat er VA (Volt maal Ampère) of Watt aangegeven (VA is gelijk aan Watt).   Je kunt dan zelf uitrekenen hoeveel mA deze trafo of adapter kan leveren.   Het is niet moeilijk, hier is de rekenformule: 

         

                               VA : V = A                           ( Volt maal Ampère  :  Volt  =  Ampère )

                               A x 1000 = mA                     ( Ampère  x  1000  =  milli-Ampère )

In deze formules kan je de gegevens die op de trafo of adapter staan invullen.  (We vullen dus de beschikbare gegevens in die achter uitgang/ausgang/output/sec staan.)

 

 

 

Op deze adapter staat het vermogen zowel in mA (groen omcirkeld) als in VA (rood omcirkeld) aangegeven.

 

 

Als we bij bovenstaande adapter even net doen of het vermogen in mA niet aangegeven staat, kunnen we met de overige gegevens het vermogen met de formule uitrekenen.  We vullen dus in:          VA  2,7  :  V  9  =  A  0,3     

We hebben nu uitgerekend dat de adapter een vermogen heeft van 0,3A.  Om uit te rekenen hoeveel mA dat is, vullen we de volgende formule in:                A  0,3  x  1000  =  mA  300 

De adapter heeft dus een vermogen van 0,3 A oftewel 300 mA.  Dat klopt als een bus, want op deze adapter stond dat ook al aangegeven.   Ook als er op je adapter Watt aangegeven staat kan je bovenstaande formules gebruiken, want VA = Watt, je kunt dus op de plek van VA in de formule gewoon Watt invullen.

                                                                                                                                                  (terug naar boven)  (menu)

 

 

2.  BEDRADING

 

PLANNEN MAKEN

Voordat je de kamers in het poppenhuis gaat inrichten, moet je nadenken over waar je lampjes wilt in de kamers.  De bedrading willen we onzichtbaar wegwerken achter het behang, in de plinten of onder de vloerbedekking.  We moeten dus de bedrading aanleggen voordat we gaan behangen of de kamer verder afwerken.

In een gang wil je misschien alleen een plafondlamp, of misschien nog een lampje aan de muur boven een spiegel.  In de woonkamer wil je misschien juist geen plafondlamp, maar alleen een paar schemerlampjes of een wandlampje.  In de slaapkamer misschien wel twee lampjes aan weerskanten van het bed.  Wat je ook wilt, het is handig om eerst een schetsje te maken van het huis, met daarop aangegeven de plekken waar de lampen moeten komen.

Er zijn kleine stopcontacten te koop die je zou kunnen plaatsen zodat je later alsnog een lampje zou kunnen toevoegen.  Mijn ervaringen met deze stopcontacten zijn niet zo goed.  Ik heb gemerkt dat de stekkertjes er meestal niet goed in blijven zitten en dat de lampjes vaak uitgaan.

Zelf werk ik mijn huis af per kamer en ook de bedrading doe ik dus per kamer.  Dit kan makkelijk omdat ik bij veel muren voorzetwanden gebruik.  De bedrading valt dan tussen de twee muren.

 

SNOER KOPEN

Elektriciteit stroomt alleen door materialen die we geleiders noemen.  Bijna alle metalen zijn geleiders.  Koper is een metaal dat goed geleidt en wordt dan ook vaak in snoeren gebruikt.   Om de geleiders in een snoertje zitten isolatoren.   Isolatoren zijn stoffen waar elektriciteit niet of nauwelijks doorheen stroomt.  Goede isolatoren zijn hout en kunststoffen.

 Aan bijna alle poppenhuislampjes zit een 2-aderig snoertje met aan het eind van het snoertje een stekkertje.  De lengte van het snoertje is eigenlijk nooit lang genoeg om van de kamer naar de aansluiting op de trafo of adapter te komen.  Je zult dus extra snoer moeten hebben.  Een dergelijk snoer heeft twee kernen van meerdere hele dunne (koper) draden met daar omheen een isolerend kunststof laagje.  Er bestaat ook snoer met een vaste kern, dit is echter wat minder soepel en kan daardoor sneller breken.  Het witte snoer kan je bij bijna alle poppenhuiswinkels wel kopen, maar natuurlijk ook bij de elektronicawinkel.  Het is in de elektronicawinkel ook te koop in verschillende kleuren, wat wel erg handig is omdat je dan precies kunt zien waar ieder snoertje vandaan komt.  Zo zou je b.v. voor iedere kamer een andere kleur snoer kunnen gebruiken.

 

 

 

2-aderig snoertje met kernen van dunne koperdraden.

 

 

PLAATS VOOR DE TRAFO

Voordat je aan het leggen van de bedrading begint, moet je bedenken waar je de trafo of adapter gaat neerzetten.  Misschien ergens op de zolder of in de kelder van je huis, of aan de achterkant.  Het moet in ieder geval een plek zijn waar:  

            - de trafo of adapter makkelijk te bereiken is, 

            - de trafo of adapter genoeg ruimte en ventilatiemogelijkheden heeft om de warmte kwijt te kunnen,

            - de trafo of adapter niet in het zicht staat.

Als je de trafo of adapter in een afgesloten ruimte in het huis zet, is het nodig om een paar ventilatiegaten te boren.  Ook kan het nodig zijn een gat te maken dat groot genoeg is om de stekker doorheen te steken.

 

VERZAMELPUNT SNOERTJES

Tussen de trafo of adapter en de lampjes kan je een verzamelpunt aansluiten waar alle snoertjes van de lampjes op uitkomen.  Dit kan iets heel eenvoudigs zijn, zoals twee koperen (metalen) strips waarop je steeds de twee uiteinden van de snoertjes soldeert, of doodgewone kroonsteentjes.  Maar er zijn ook mooie stekkerblokjes, klemstekkertjes of bijvoorbeeld verdeelpaneeltjes met schakelaartjes in de handel.  Deze zijn bij de meeste poppenhuiswinkels te koop.

   kroonsteentje en klemstekkertje 

 

'LEIDINGEN' LEGGEN

Behalve als je een huis hebt uit het begin tot midden 20e eeuw, is het mooier om de leidingen van de bedrading niet over de muren te laten lopen.  We kunnen de bedrading wegwerken in de wanden, plafonds en vloeren.  Het snoertje van iedere lamp moet uiteindelijk bij de trafo of adapter uitkomen.  Het is heel makkelijk om alle draden via de achterkant van het huis naar de trafo of adapter te leiden. 

Markeer in iedere kamer de plek waar een lampje moet komen.  Zorg dan dat je de snoertjes naar het verzamelpunt kunt laten lopen.  Dit kan je doen door sleuven in wanden en vloeren te maken (b.v. met het freesje van een 'Dremel') en gaatjes te boren in wanden.  Om een plafondlamp op te hangen maak je een gaatje in het plafond waar je lamp komt te hangen, trek je het snoertje door het gaatje en laat je dit over de vloer boven de lamp weglopen.

 

 

 

 

Bedrading in sleufje over vloer voor de plafondlamp een verdieping lager.

 

 

Als de bedrading op zijn plek ligt kan je de sleuven en gaatjes afwerken met een vulmiddel of afplakken met schilderstape.  Daaroverheen kan je dan weer behangen, de muur afwerken of vloerbedekking leggen zoals jij dat wilt.  Denk goed over je werkvolgorde na, want als je de vloerbedekking in een kamer vastplakt betekent het dat je de bedrading van de plafondlamp van de kamer daaronder al op zijn plek moet hebben.  Op het moment dat je een plafondlamp ophangt moet je plafond klaar zijn, anders moet je om de lamp heen werken! 

Het werkt mooi en makkelijk als je de bedrading achter plinten of b.v. lambrizeringen wegwerkt.  Zelf werk ik veel met losse voorzetwanden, dat heeft als voordeel dat de bedrading tussen twee wanden zit en je er dus altijd bij kan.   Verder kan je bijna alles aan je werktafel afwerken, geen gepruts in een kleine ruimte dus.

                                 

                                                

Bedrading achter losse lambrizeringspanelen.   De snoertjes worden op hun plek gehouden met schilderstape.

 

                                                                                                                   (terug naar boven)   (menu)        

 

 

3.   AANSLUITING

SNOERTJES EN STEKKERTJES

De meeste lampjes hebben als je ze koopt een snoertje met een stekkertje.  Vaak is het snoertje niet lang genoeg om bij het verzamelpunt van de transformator uit te komen.  Je zult het snoertje dan moeten verlengen.  Dit kan d.m.v. een verlengsnoertje met stekkerdoosje of door een extra stukje snoer te verbinden aan het bestaande snoer.  In het volgende hoofdstukje 'snoertjes verlengen'  zal ik uitleggen hoe dat moet.

 

 

Lampje met snoer en stekkertje en verlengsnoertje met enkel stekkerdoosje en stekkertje.

 

 

Om het lampje aan te sluiten op het verzamelpunt van de trafo, moet het snoertje meestal door een smalle gleuf of een gaatje getrokken worden.  Je zult dan eerst het stekkertje moeten verwijderen.  Dit gaat heel gemakkelijk door met een tangetje de twee pinnetjes uit het stekkertje te trekken, de twee draadjes uit de gaatjes te halen en het plastic stekkertje van het snoertje af te schuiven.  Om het stekkertje weer aan het snoertje te zetten schuif je het plastic stekkertje over het snoertje.  Het einde van het snoertje is gesplitst en de uiteinden 'kaal' gemaakt.  Steek de twee koperen kernen ieder in een gaatje van het stekkertje en duw daarna de twee pinnetjes terug in de gaatjes.

 Fitting met gloeilamp, snoertje en stekkertje.

Als je zelf een stekkertje aan een snoertje moet zetten is dat ook heel makkelijk.  Schuif het plastic stekkertje over het snoertje.  Snij het snoertje aan het uiteinde een klein stukje in, zodat je het snoertje een stukje in tweeën kunt splitsen (zie foto hierboven).  Nu moet je van de twee stukjes snoer ongeveer een halve centimeter isolatiemateriaal verwijderen (kaal maken).  Dit doe je door met een mesje heel voorzichtig een sneetje te maken in het isolatiemateriaal, zorg dat je de koperdraadjes niet door snijdt!  Trek het stukje isolatiemateriaal van het snoertje af.  Je ziet nu de kale koperdraadjes.  Deze draai je een beetje om elkaar heen zodat de fijne koperdraadjes niet meer uitsteken en stop de kaalgemaakte stukjes snoer in de twee gaatjes.  Steek nu de pinnetjes in de gaatjes en het stekkertje is klaar!

Zorg er altijd voor dat de twee kernen van je snoertje ( de aanvoer en de afvoer of de + en de - ) elkaar niet kunnen raken want dan heb je kortsluiting!

 

       SNOERTJES VERLENGEN

Het komt regelmatig voor dat een snoertje niet lang genoeg is.  Je kunt het dan eenvoudig verlengen met een extra stukje snoer.  Maak het nieuwe snoertje altijd een paar centimeter langer dan je nodig hebt, dan heb je wat speelruimte.   Beide snoertjes splitsen, de uiteinden een stukje kaal maken en de koperdraadjes even om elkaar heen draaien.   Nu een draadje van het oude snoertje verbinden met een draadje van het nieuwe snoertje door  de koperdraadjes  om elkaar heen te draaien.   Doe dit nu ook met de andere twee draadjes en de verbinding is gemaakt!  Het maakt hier overigens niet uit welk draadje van het ene snoertje doorverbonden wordt aan het draadje van het andere snoertje.

 

Snoertjes verlengen

 

Als je kunt solderen is het goed om de draadjes aan elkaar vast te solderen.  De verbinding zal dan veel steviger zijn en minder gevoelig voor storingen.  Maar zonder te solderen voldoet bovenstaande beschreven verbinding prima!

Omdat er nu  stukjes koperdraad bloot liggen en er kortsluiting zou kunnen ontstaan als de aanvoer en de afvoer met elkaar in contact komen, is het zaak de draadjes weer te voorzien van isolatiemateriaal.  Zoals ik eerder al schreef is kunststof een goede isolator.  Je kunt dan ook heel goed plakband gebruiken als isolator.  Ook schilderstape (papier dus) kan je hiervoor gebruiken.  Duw de blootliggende stukjes koperdraad plat tegen de draadjes en wikkel om beide een stukje tape.  Veel mooier is het om zogenaamde 'krimpkousjes' te gebruiken.  Dit zijn zachte kunststof buisjes die je over de verbinding heenschuift en d.m.v. verhitting laat krimpen zodat de verbinding strak omsloten wordt door een kunststof kous. 

 

         SNOERTJES SAMENVOEGEN

Soms is het nodig om meerdere snoertjes samen te voegen, b.v. als je een armatuur met twee of meerdere lampjes hebt gemaakt.  Het pricipe van het samenvoegen van de snoertjes is hetzelfde als het verlengen van de snoertjes.  Verbind steeds één draadje van het ene snoertje met één draadje van het andere snoertje en doe dat dan ook met de twee overige draadjes.  Op onderstaande tekening staat het nog eens eenvoudig weergegeven.

 

 

 

 

 

Meerdere lampjes op één stekkertje

 

Op het voorbeeld hiernaast staan twee lampjes getekend, maar dat kunnen er natuurlijk ook drie of nog meer zijn.  Bij drie of meer lampjes moet je wel een extra stukje snoer tussenvoegen, omdat dan de samengedraaide koperdraadjes te dik worden om nog in de gaatjes van het stekkertje te passen. 

 

 

 

        WEERSTAND EN OHM

Natuurlijk zijn er ook grenzen aan hoeveel lampjes je kunt samenvoegen tot één snoertje.  Als er te veel stroom door een snoertje gaat lopen wordt de weerstand te hoog.   Het is mogelijk uit te rekenen hoeveel stroom er door een draad kan lopen voordat  de weerstand te hoog is, maar dat is voor deze uitleg veel te ingewikkeld.  Wat wel belangrijk is om te onthouden,  is dat het niet goed is wanneer het poppenhuis snoertje warm wordt.  Als het snoertje te warm wordt kan de isolator smelten en kan er kortsluiting ontstaan.

Weerstand wordt uitgedrukt in Ohm.   Uit mijn middelbare schooltijd kan ik me nog onderstaand grapje met betrekking tot Ohm (spreek uit 'oom' ) herinneren:

Eerste Wet van Ohm:             R=U/I

Tweede Wet van Ohm:           blijf met je vingers van tante af

 

Home 

◘ Menu 

◘ Poppenhuis 1

◘ Poppenhuis 2  ◘ Kijkkastjes 

◘ Workshops 

 

◘ Links 

◘ English Pages  ◘ Contact

◘ Weblog 

◘ Gastenboek