De eerste kamer waar ik mee begonnen ben is een ontvangstkamer op de beletage, de Gele Salon.  Deze kamer ligt midden in het pand, met aan de linker kant ramen die uitkijken op de binnenplaats, aan de rechter kant schuifdeuren naar de ontvangstkamer aan de voorkant van het huis.

De kamer is 35 breed x 40 diep x 34 cm hoog.  Wanneer ik echter de dikte van de muren eraf trek hou ik een kamer over van   31.5 x 39 x 32,5 cm.

 

 

 

 

Foto rechts:    Alle latjes die nodig zijn om een schuifraam te maken staan in de verf.  De dikkere latjes zijn voor het kozijn, de dunne latjes voor de roeden.  

Het is nog een hele kunst om glas te snijden.  Om twee plaatjes glas te snijden in de juiste maat voor het kozijn heb ik heel wat pogingen gedaan.  Uiteindelijk is het me gelukt om vier precies passende glasplaatjes te snijden.

 


De ramen:

Vanaf het begin van de 18e eeuw worden  in grachtenpanden schuiframen gebruikelijk.  In het derde kwart van de 18e eeuw ( tussen 1750 en 1780) werden de ramen in de breedte in vieren gedeeld met houten roeden 

(zie de website van de VVAB).

 

 

 

 

 

 

Voor mijn ramen maak ik gebruik van echt glas, dus de dikte van het glas (2 mm) bepaalt de dikte van het raam en het kozijn.  Echte roeden zouden veel te breed worden, daarom heb ik smalle roeden op de binnenkant en de buitenkant van de glasplaat gelijmd, zodat het toch echt lijkt. 

Het kozijn, raam en de roeden heb ik gezaagd van lindenhout.  Het is sterk genoeg voor de glazen ruiten en toch makkelijk te bewerken.
 


 

Licht in alle kamers:

Omdat grachtenpanden vaak erg diep zijn, zou er weinig licht in de kamers doordringen wanneer er zich alleen in de voor- en achtergevels van het pand ramen zouden bevinden.  Om ook het midden van het pand van daglicht te voorzien, werd er vaak gebruik gemaakt van binnenplaatsen en lichtkoepels.   De ramen waren groot en vooral op de voorname verdiepingen ook enorm hoog om het daglicht optimaal te kunnen benutten.

 

 

 

 

 


 

 

De inspiratie voor de eetkamer vond ik o.a. in deze aquarel van W. Kroon uit 1791 (uit: Het Nederlands Interieur in Beeld 1600-1900, uitgeverij Waanders).  Op de aquarel is een modieus neoclassicistisch interieur te zien waarbij ik de verhoudingen van de kamer mooi vind.  Ruim, maar niet al te groot met een gezellige sfeer.  

Net als in mijn salon heeft deze kamer ramen aan de linkerkant, een schouw in het midden en schuifdeuren (of in ieder geval dubbele deuren) aan de rechterkant.

 

     

 

Met al die bouwwerkzaamheden wordt alles wel erg vies.  Hoogste tijd voor een flinke poetsbeurt! Je kunt bijna niet meer door de ramen kijken, dus daar is wel een goeie emmer sop voor nodig. 

 

Ik kocht de mooie koperen emmer een aantal jaren geleden van Philippe Bordelet.  Hij maakte koperen ketels en pannen maar ook prachtige koperen fornuizen.  Helaas deze Franse miniaturist in 2008 overleden.   

 

                                

 

 

 

            'De kunstgalerij van Jan Gildemeester Jansz' ,              door Adriaan de Lelie, 1794-1795

Het schilderij hieronder stelt twee grote kamers ensuite voor in het grachtenpand van koopman Gildemeester aan de Herengracht 475 in Amsterdam. Gildemeester richtte de kamers in als schilderijengalerij.  

Het schilderij is de tweede bron die ik gebruik als inspiratie voor mijn ontvangstkamers.  

(In de collectie van het Rijksmuseum)

 

 

 

De gordijnen op de achtergrond van het schilderij maakte ik na voor de Gele Salon.  In mijn voorraadje stoffen vond ik een mooie goudgele katoen die perfect bij de kleur van het behang zal passen. 

Hoewel het geen zijde is zoals ik eigenlijk had gedacht te gebruiken, past de stof toch goed bij de kamer.

Een patroon voor de gordijnen had ik niet, maar met wat papieren proefmodellen kreeg ik al snel de vorm die ik wilde hebben.

Met de zogenaamde  'Pretty Pleater' maakte ik de plooien in de gordijnen:   stof nat maken, stof in de Pretty Pleater vormen en het geheel laten drogen.   De verschillende onderdelen van de gordijnen heb ik gedeeltelijk vastgenaaid en gedeeltelijk gelijmd. 

 

 

 


 

 

      

 

 

Deze 18e eeuwse vloerontwerpen van Pieter de Swart gebruikte ik als inspiratie voor de vloer van de salon. 

 

Omdat ik nog een grote stapel latjes had liggen die afkomstig waren  van houten jaloezieën, besloot ik deze te gebruiken om de vloer te maken.  

Helaas betekende dit wel dat ik iedere vloerplank vijf (!) keer moest zagen om het de juiste breedte en lengte te maken.  

Na het leggen en lijmen heb ik de vloer vier lagen beits gegeven in een zelf gemegde tint. 

Ik heb alle planken voorzien van  spijkergaatjes, een subtiel detail dat je alleen ziet wanneer je dichtbij bent.  

Met zwarte schoensmeer heb ik alle naden en spijkergaatjes ingewreven.  Als laatste ging er een laag was overheen waarna het hout een prachtig warme gloed kreeg.             

De schouw maakte ik van hout.  De decoratieve elementen op beide hoeken maakte ik door een afdruk te maken van een knoopje in Fimo klei en dit daarna te bewerken.    Hier maakte ik een malletje van en kon zo twee dezelfde versieringen van gips gieten. 

De guirlandes met strikken maakte ik met behulp van Dresden papier. 

Nadat ik de schouw wit geschilderd had vond ik geheel toch wat saai en besloot ik de kolommen van de haard te marmeren in kleuren die goed bij de kamer passen.

Ik vond het leuk om boven de haard een spiegel te maken met verweerd oud glas.  Het effect bereikte ik door langs de randen van de spiegel goudwas (Treasure Gold van Connoisseur Studio) en zwarte verf aan te brengen.   Het kostte wat kracht om het geheel goed te boenen, maar ik vind het effect erg geslaagd!

 

 

De wandluchters kocht ik jaren geleden al maar ik had ze nog niet gebruikt.  Ze leken perfect voor deze kamer.  Ik heb ze verguld met bladgoud en de plastic kaarsjes vervangen voor kaarslampjes. 

In de kamer bracht ik rondom een lage lambrisering aan.  Daar heb ik werkelijk méters latjes voor gefreesd.  Deze latjes zitten namelijk ook op de schouw en op de schuifdeuren.
 

 

 

Op de foto rechts is de opbouw van de lambrisering te zien alsook een gedeelte van de schuifdeuren naar de voorste ontvangstkamer.   De schuifdeuren bestaan uit houten frames met panelen, afgewerkt op dezelfde manier als de lambrisering. 

Voor de decoratie van de kleine deurpanelen gebruikte ik Dresden papieren ornamenten.    Ik heb de ornamenten net als op de haard eerst geschilderd in de kleur van de deuren en daarna licht verguld. 

 

Op de foto rechts een kijkje door de schuifdeuren vanuit de (nog te bouwen) voorste ontvangstkamer naar de Gele Salon. 

De deuren hebben aan de boven- en onderkant een sleufje waarin een smal kunststof plaatje gelijmd zit.  In de vloer en boven in de wand zit een gleufje waar het plastic plaatje in past zodat de deuren keurig open en dicht kunnen schuiven.

 

 

 

 

Het behang dat ik gebruikte in deze kamer is 'Francesca' van Small Interiors.  Omdat ik het geel iets te hard vond voor deze ruimte heb ik er een wassing van witte acrylverf overheen gedaan.  Nu oogt het behang iets zachter, wat ik hier mooier vind staan. 

Wanneer je een kleurwassing over behang aanbrengt moet je zorgen dat de verf en het water heel goed gemengd zijn zodat je geen klontjes verf (en dus kleurpigmenten) op je papier krijgt.  Doe eerst een of meerdere tests om te zien hoe het papier reageert en of de kleur goed is.  Werk snel zodat de banen verf inelkaar kunnen vloeien en je geen lelijke strepen krijgt.  Verder is het belangrijk dat je voldoende behang in een keer verft, wanneer later blijkt dat je te weinig behang hebt is het bijna onmogelijk om de exacte kleur terug te mengen (hoewel het in dit geval, met wit, wel meevalt natuurlijk). 

 

       

Op de beurs in Apeldoorn dit voorjaar (2013) vond ik een heel mooi wandtafeltje dat gemaakt was door David Iriarte.  Omdat het een wat ouder exemplaar was, mocht ik het voor een zacht prijsje meenemen.  

Het tafeltje met echt marmeren blad past qua stijl, kleur en maat precies tussen de ramen in de Gele Salon.  

De spiegel kocht ik een tijd geleden op eBay bij Jim Coates.   Ik heb de lijst verguld met bladgoud en het spiegelglas verouderd.  Hoewel de spiegel niet de juiste stijl heeft  vind ik dat hij toch goed in het geheel past.  

 

2014:  Wanneer je van buiten naar binnen kijkt is het veel mooier om gevoerde gordijnen te zien dan dat je tegen de achterkant van de stof aankijkt. Daarom heb ik de gordijnen iets aangepast en gevoerd met dunne witte zijde. Ook heb ik de onderkant aangepast waardoor ze minder wijd uitstraan en iets natuurlijker hangen.  In miniatuur zijn de gordijnen natuurlijk minder zwaar waardoor de stof niet echt hangt.  Ik zie nu op de foto dat ze hier en daar nog steeds een beetje uitstaan, toch nog een keer aandacht aan besteden dus. 

Van dezelfde zijde die ik voor de voering gebruikte maakte ik twee ophaalgordijntjes die het zonlicht mooi filteren.  De stijve embrasses heb ik vervangen door koord embrasses met zijden kwasten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ik maakte de Louis XVI gueridon tijdens een workshop van Geoffrey Wonnacott.  Het maken van de parqueterie was zeer interessant, vooral het gedeelte op het gebogen laatje.  Het is een erg mooi tafeltje geworden dat erg goed in deze kamer past.  

Door het kleurenpalet van geel, wit en goud is dit een fijne lichte kamer, maar als het zonlicht naar binnen valt begint de kamer echt te sprankelen.

 

 

 

Op de DHN najaarbeurs in Ulft stond voor het eerst Alison Davies met een prachtig aanbod meubeltjes.  Zij maakt gebruik van fotografie, computerprogramma's, 3D printen en gietwerk om tot preachtige en betaalbare reproducties te komen.  

Voor mijn Gele Salon kocht ik deze vier stoeltjes in Louis XVI stijl.  De oorspronkelijke bekleding was groene zijde en hoewel ik het een prachtige kleur groen vind, is het niet mooi in de Gele Salon.  Om alles in geel te doen is erg saai en ik besloot daarom een prachtige frambooskleurige zijde te gebruiken om de stoeltjes te herstofferen.

De zittingen van de stoeltjes vulde ik op zodat ze wat dikker werden.  

Ik wist niet zeker of ik de stoeltjes wilde vergulden, dus heb ik dat bij een van de stoeltjes uitgeprobeerd.  Wel heel mooi, maar niet voor de Gele Salon.  Het gouden stoeltje staat nu in de Blauwe Salon waar het echt prachtig contrasteert met het blauwe behang. 

 

 

Het prachtige naaikistje werd gemaakt door Chris Malcomson.  De binnenkant van het deksel stofferde ik met dezelfde zijde als van de stoelen en ik maakte er een speldenkussen bij in dezelfde kleur zijden fluweel.

Het zou natuurlijk geen meubeltje van Chris zijn als er geen marqueterie op zat...Het deksel is aan de buitenkant versierd met delicate bloemen en blaadjes.

 

 

                          

 

 

 

 

 

Al jarenlang verzamel ik naaigerei, in miniatuur uiteraard.  Een gedeelte van mijn verzameling heb ik nu in dit kistje gedaan.  Zo zit er een heel klein ivoren vingerhoedje in, een zilveren schaartje en een garenhouder met ivoren spoel en zilveren beugel en ketting die werden gemaakt door Ligia's Miniatures.  Het ivoren stop-ei (of maasbal) werd gemaakt door Jürgen Engel.  De ivoren garenklosjes en het stop-ei met het ebbenhouten handvat werden gemaakt door Alan Waters.  Anita Deegen maakte het pakje naaigaren.

Ik voegde daar zelf nog een paar spelden en naald en draad aan toe.  

 

         

 

            

 

 

 U WORDT VERWACHT IN DE BLAUWE SALON...


  Home  ✥  Menu  ✥  Poppenhuis 1  ✥  Poppenhuis 2  ✥  Kijkkastjes  ✥  Workshops  ✥  English Pages  ✥  Contact  ✥  Weblog  ✥  Gastenboek